REMBRANDT KOOS ZELF VOOR ZIJN FAILLISSEMENT

 

Rembrandts faillissement steekt anders in elkaar dan altijd is gedacht. Dat staat in het nieuwe boek van Machiel Bosman, Rembrandts plan. Rembrandt heeft zijn faillissement zelf in gang gezet en er zelf belang bij gehad. Hij heeft veruit het grootste deel van zijn bezit naar zijn zoon weten over te hevelen: 11.000 van de 16.000 gulden die de verkoop van zijn boedel heeft opgebracht. Hij heeft van de situatie gebruikgemaakt om een nabestaandenregeling te treffen voor zijn nieuwe liefde, Hendrickje, met wie hij vanwege een wet niet kon trouwen. Het zou kunnen dat zijn faillissement via een omweg tot doel had om daarna wél te kunnen trouwen, maar dat is dan door toedoen van zijn crediteuren niet gelukt.

     Rembrandts financiële problemen zijn in de ge­schiedschrijving als een frame gebruikt. Historici hebben van alles geprobeerd om een slecht begrepen faillissement te duiden: hij zou een veel te duur huis hebben gekocht, koopziek zijn geweest waar het kunst betrof, en met zijn liefdesleven zijn reputatie op het spel hebben gezet. Zijn faillissement zou een schandaal zijn geweest; de wet zou zelfs om zijn optreden zijn veranderd. Voor dit alles geldt dat het of niet klopt, of anders dat het bewijs ontbreekt.

     Bosman bekeek voor zijn boek onder meer nooit eerder bestudeerde rechtbankdocumenten. In het Rembrandtjaar 2019 stelt hij ons beeld van de schilder bij. Het is op 4 oktober 350 jaar geleden dat Rembrandt overleed.